Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Vernieuwing Toezicht 
  3. Programma e-Inspecties 
  4. Architectuur

Programma e-Inspecties

Architectuur

Zowel voor het delen van gegevens als voor andere vormen van samenwerking zijn gedeelde standaarden en uitwisselingsformats noodzakelijk om:

  • duidelijkheid te verschaffen waar we het over hebben als het gaat om onze primaire processen
  • de betekenis van belangrijke gegevenselementen (bijvoorbeeld voor objecten van toezicht als bedrijven, personen, dieren, lading, etcetera) ondubbelzinnig vast te stellen en te delen
  • afspraken te maken over onderliggende technische architectuurconcepten   

In 2009 is een verkenning uitgevoerd naar de behoefte aan een referentiearchitectuur voor Rijkstoezichthouders, waarin de benodigde architectuurkaders en richtlijnen worden vastgelegd. Dit heeft geleid tot de vaststelling van het bedrijfsfunctiemodel ModelArchitectuur Rijks Toezichts- en HandhavingsEenheden (MARTHE)

MARTHE is work in progress. Welk werk dat is, wordt bepaald door de behoefte die er binnen de Rijksinspecties is aan architectuurkaders. Op dit moment bestaat MARTHE uit een bedrijfsfunctie¬model en een door de stuurgroep e-Inspecties in juni 2011 vastgesteld Referentie Informatiemodel Handhaving (RIHa). Hieronder wordt op de voortgang en status van deze twee onderdelen van MARTHE nader ingegaan. Daarnaast is aangegeven wat een aantal Rijksinspecties inmiddels met MARTHE heeft gedaan.

Bedrijfsfunctiemodel MARTHE
Aan de basis van het bedrijfsfunctiemodel van MARTHE ligt SIGMA, het bedrijfsreferentiemodel van de nieuwe VWA (nVWA). Dit model, dat daar in 2008 is opgesteld in het kader van de fusie van (oude) VWA, AID en PD, is in 2009 door de andere Rijksinspecties beoordeeld op bruikbaarheid als referentiearchitectuur voor de Rijksinspecties. De belangrijkste conclusies daarvan luiden:

  • SIGMA van de nVWA voorziet qua bedrijfsfunctiemodel in het benodigde gemeenschappelijk referentiekader, dat binnen MARTHE nodig is om het activiteitenscala van de Rijksinspecties op af te beelden.
  • Alhoewel er op het niveau van de procesinrichting aanzienlijke verschillen zijn tussen de betrokken Inspecties, blijken de processen daar grotendeels wel te bestaan uit de elementen die door SIGMA worden aangereikt; zij het dat de clustering daarvan per inspectie verschilt.   

Op basis hiervan is besloten om MARTHE niet top-down als gemeenschappelijk referentiekader uit te werken, maar allereerst vooral te richten op wat nodig is voor de samenwerking tussen inspecties. Daarbij zou het nuttig zijn, als er meer overeenstemming is in processen, maar de behoefte daaraan wordt vanuit de inspecties zelf bepaald.
Daarnaast is de afspraak gemaakt om bij de verdere uitwerking van de eigen architectuur het op SIGMA gebaseerde bedrijfsfunctiemodel van MARTHE als uitgangspunt te nemen.

Een aantal inspecties heeft de eigen architectuur nader uitgewerkt en de resultaten daarvan worden met elkaar gedeeld. Daarbij blijkt dat onderdelen daarvan over en weer kunnen worden hergebruikt. Dit geldt enerzijds de opzet van de architectuurbeschrijving (het format), en anderzijds de architectuurprincipes, die op basis van de NORA en de Kaderstellende visie op Toezicht voor toezichthouders nader zijn ingekleurd. De IVW en de Arbeidsinspectie zijn op dit moment het verst gevorderd met deze uitwerking. Ook de Inspectie van het Onderwijs – die in tegenstelling tot. IVW en Arbeidsinspectie niet toeziet op naleving maar op kwaliteit – werkt haar architectuur op overeenkomstige wijze uit.

RIHa
Voor de samenwerking tussen handhavingpartners is informatie-uitwisseling cruciaal. Om tot betekenisvolle informatie-uitwisseling te komen is behoefte aan een referentie-informatiemodel. Zo’n model dient de volgende doelen:

  • Het biedt een opzet voor het structureren van de set van met elkaar te delen gegevens.
  • Het geeft aan welke betekenis de gemeenschappelijke elementen daarin hebben.
  • Het geeft aan op welke wijze deze informatie aansluit op buiten de Rijksinspecties gehanteerde standaarden en registers (basisregistraties en andere registers, al dan niet domeingebonden).   

Het referentie-informatiemodel is opgezet rond het object van handhaving. Bij de informatie-uitwisseling tussen handhavingpartners is het vrijwel altijd van belang te weten wie in welke hoedanigheid iets met dit object van handhaving van doen heeft en waar het zich op enig moment in de tijd zich bevindt. Daarom zijn Object van handhaving, Relatie en Locatie de kernelementen van dit model. In het model worden de relaties tussen deze elementen vormgegeven. Daarnaast wordt aangegeven welke van de onderkende entiteiten deel uitmaken van basisregistraties, waarmee tevens de authentieke bron voor die gegevens is bepaald. 

Binnen de nVWA was al een eerste opzet gemaakt voor een dergelijk referentie¬model. Dit is dan ook als startpunt voor RIHa genomen. Met 5 inspecties (nVWA, AI, IVW, VI en IvhO) is dit model gevalideerd en verder uitgewerkt. Vervolgens heeft elk van de betrokken Inspecties RIHa aan het eigen informatiemodel getoetst (dit ingekleurd binnen RIHa), waardoor het herkenbaarder is geworden voor de directe achterban en concreter voor diegenen die er voor het eerst mee geconfronteerd worden. Parallel hieraan zijn de informatiemodellen van Inspectieview bedrijven en de Inspectieviews, die nog in ontwikkeling zijn aan RIHa getoetst. Op basis van de uitkomsten hiervan is in juni 2011 de eerste versie van RIHa formeel vastgesteld. 

Meer informatie

Zie ook

Inspectieloket, inzicht in inspectiewerk